ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9287
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens hennepplantage door zoon tijdens afwezigheid huurders
De huurders verbleven zeven maanden in Turkije en hadden hun zoon en schoondochter gevraagd op hun woning te passen. Tijdens hun afwezigheid trof de politie een hennepplantage met 440 planten aan, ingericht door hun zoon, die hiervoor strafrechtelijk werd bestraft. De huurders werden niet vervolgd.
Eiseres vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens schending van de verplichting tot zelfbewoning, verboden onderverhuur en het veroorzaken van overlast door de hennepplantage. De huurders voerden verweer dat zij niet op de hoogte waren van de hennepplantage en te goeder trouw waren.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de aanwezigheid van een hennepplantage op zichzelf ontbinding kan rechtvaardigen, in dit geval geen verwijt aan de huurders kan worden gemaakt. Hun langdurige afwezigheid was gerechtvaardigd door ziekte en zij hadden hun zoon slechts gevraagd op de woning te letten. Ontbinding en ontruiming zouden leiden tot ernstige gevolgen voor de huurders zonder concreet alternatief.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eiseres tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens de hennepplantage wordt afgewezen omdat de huurders niet verwijtbaar zijn.