ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9786
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tot verbod op uitoefening stemrecht bij aandeelhoudersgeschil
In deze civiele zaak vordert eiseres [A] een voorlopige voorziening om gedaagde [B] te verbieden het stemrecht uit te oefenen dat verbonden is aan haar aandelen in ICTrack B.V. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 2:339 lid 2 BW Pro, in samenhang met artikel 223 Rv Pro. [A] stelt dat het verbod noodzakelijk is om een spoedige koerswijziging van de vennootschap te bewerkstelligen, in afwachting van de hoofdzaak waarin zij de gedwongen overdracht van aandelen vordert.
Gedaagde [B] voert verweer, onder meer dat het verzoek voortijdig is en dat de rechtbank eerst zelfstandig de feiten moet beoordelen die ten grondslag liggen aan de hoofdvordering. Daarnaast wijst zij op fundamentele bezwaren tegen een eerdere beschikking van de Ondernemingskamer en overweegt cassatie.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke regeling rondom gedwongen overdracht van aandelen zich verzet tegen het opleggen van een stemrechtverbod voordat de hoofdzaak is beslist. Artikel 2:339 lid 2 BW Pro koppelt het stemrechtverbod aan het vonnis waarbij de overdracht wordt toegewezen. Het vooruitlopen op die beslissing is niet voorzien en derhalve niet toegestaan.
Gezien het ingrijpende karakter van het stemrechtverbod en het doel van de wet om na toewijzing van de overdracht snel te kunnen ingrijpen, wijst de rechtbank de voorlopige voorziening af. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is afgerond.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot verbod op uitoefening van stemrecht wordt afgewezen.