ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6348

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
25 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/630092-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 46 SrArt. 47 SrArt. 310 SrArt. 311 Sr
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging afpersing en voorbereidingshandelingen met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 25 augustus 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot afpersing en voorbereidingshandelingen met betrekking tot diefstal en afpersing.

De tenlastelegging betrof het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor afpersing, waaronder het voorhanden hebben van een mes, bivakmutsen, een rugtas, handschoenen, ducttape en personenauto's, bestemd voor het plegen van de misdrijven. Tevens werd verdachte verdacht van poging tot diefstal door braak van een personenauto.

De rechtbank oordeelde dat het voorhanden hebben van de auto en andere genoemde voorwerpen als voorbereidingshandeling kwalificeert, ook al was de diefstal niet voltooid. De rechtbank achtte de tenlasteleggingen wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van andere feiten die niet bewezen konden worden.

Op basis van de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte legde de rechtbank een taakstraf van 240 uur op, met een vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-nakoming. Daarnaast werd een gevangenisstraf van 3 maanden opgelegd, die niet direct wordt uitgevoerd tenzij verdachte binnen een proeftijd van 2 jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnr. : 07.630092-09
Uitspraak: 25 augustus 2009
Vonnis in de zaak van:
het openbaar ministerie
tegen
(verdachte),
geboren op (geboortejaar),
wonende te (adres).
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2009. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. K. Tunc, advocaat te Zwolle, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.
De officier van justitie, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest met een proeftijd van 2 jaren.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
De rechtbank is van oordeel dat, gezien de formulering van de tenlastelegging, de officier van justitie de intentie heeft gehad met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde het medeplegen van de voorbereiding ten laste te leggen. De rechtbank zal in het onder 1 ten laste gelegde na het woordje “hij”, lezen “en/of één of meer van zijn mededader(s)”, nu het naar haar oordeel in dit geval gaat om een schrijffout, door verbetering waarvan de verdediging niet in haar belangen wordt geschaad..
BEWIJS
De raadsman van verdachte heeft met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde betoogd dat de poging tot het stelen van een auto niet kan worden aangemerkt als een strafbare voorbereidingshandeling . Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van de voorbereidinghandelingen ter beroving van een juwelier te Zwolle.
Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde is de raadsman van mening dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht, zodat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank overweegt het volgende:
Anders dan de raadsman betoogt ziet het onder 1 ten laste gelegde niet op de poging tot diefstal van de auto. De rechtbank is van oordeel dat het voorhanden hebben van de auto, in samenhang bezien met het voorhanden hebben van de overige in het onder 1 ten laste gelegde genoemde voorwerpen, als een voorbereidingshandeling moet worden aangemerkt, nu verdachten de auto als vervoermiddel wilden gebruiken om een juwelier te beroven. Dat de diefstal niet is voltooid doet daar niet aan af.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)
1.
hij en één of meer van zijn mededaders, in de periode van 15 februari 2009 tot en met 03 maart 2009 in de gemeente Rotterdam en/of ’s-Gravenhage, althans in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf afpersing, tezamen en in vereniging met anderen gepleegd en/of diefstal voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door geweldpleging, tezamen en in vereniging met anderen gepleegd, opzettelijk één of meer voorwerpen, te weten:
- één mes en/of
- één of meer bivakmutsen en/of
- een rugtas en/of
- handschoenen en/of
- (duck)tape en/of
- eén of meerdere personenauto’s (Ford Ka en/of Ford Escort),
bestemd tot het in vereniging begaan van voornoemde misdrijven, hebben verworven en voorhanden hebben gehad.
2.
Hij in de nacht van 02 op 03 maart 2009 in de gemeente ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een personenauto (Ford Escort xxxxxxx), geheel of ten dele toebehorende aan (naam 1), en zich daarbij de toegang tot die personenauto te verschaffen en die weg te nemen personenauto onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededaders, een portier van voornoemde personenauto hebben geforceerd en geopend en (vervolgens) hebben plaatsgenomen in voornoemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
1.
voorbereiding van medeplegen van afpersing, in vereniging gepleegd,
strafbaar gesteld bij de artikelen 46 en 47 van het Wetboek van Strafrecht;
2.
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid,
Strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:
een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 12 juni 2009.
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 240 uren.
De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .
De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
De gevangenisstraf zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. L.J.C. Hangx en H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2009.