ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ7096
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: onvoldoende rekening gehouden met medische beperkingen bij WAO-beoordeling
Eiser was door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen per 20 maart 2006 voor 35 tot 45% arbeidsongeschikt verklaard voor de WAO. Na een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep werd door verweerder een nieuw besluit genomen dat deze beoordeling handhaafde. Eiser stelde dat er onvoldoende rekening was gehouden met een noodzakelijke urenbeperking vanwege klachten door een dunnedarmstoma en de daarmee samenhangende problematiek.
De rechtbank stelde vast dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) slechts beperkt was aangepast en niet voldeed aan de door de chirurg (dr...) onderbouwde noodzaak voor forse beperkingen, met name bij tillen, dragen, duwen, trekken en urenbeperking. De bezwaarverzekeringsarts had onvoldoende gemotiveerd waarom een urenbeperking niet nodig zou zijn, ondanks vermoeidheid en concentratieproblemen door de stomaproblematiek.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet in overeenstemming was met de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en ontbrak aan een voldoende medische grondslag. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure nog binnen de redelijke termijn viel.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van beperkingen en urenbeperking.