ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ8140
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte financiële stukken wegens ontbreken lastgeving
In deze zaak vordert eiser [A] van zijn zwager [B] de afgifte van alle relevante financiële stukken over de periode van 1 januari 1982 tot 1 maart 2007, op grond van exhibitieplicht (art. 843a Rv) of subsidiair op grond van lastgeving (art. 7:412 BW Pro). [B] heeft [A] geholpen met zijn financiële administratie en was gemachtigd tot beheer van diverse bankrekeningen, maar betwist dat er sprake is van een lastgevingsovereenkomst en stelt slechts te hebben bijgestaan zonder rechtshandelingen te verrichten.
De rechtbank oordeelt dat de primaire vordering op grond van art. 843a Rv niet toewijsbaar is omdat de gevorderde stukken onvoldoende bepaald zijn en de exhibitieplicht slechts ziet op bepaalde bescheiden om ‘fishing expeditions’ te voorkomen. Subsidiair is onvoldoende gesteld dat sprake is van een lastgevingsovereenkomst, aangezien [A] onvoldoende onderbouwt dat [B] verplicht was rechtshandelingen voor hem te verrichten. De vordering wordt daarom afgewezen.
In reconventie vordert [B] schadevergoeding wegens lichtvaardig procederen door [A], maar de rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat [A] onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarom wijst zij ook deze vordering af. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij [A] de kosten van [B] en [B] de kosten van [A] draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af en veroordeelt hen in de proceskosten.