ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ9088
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verwijst arbeidsgeschil advocaat en voormalig werknemer naar kantonrechter
In deze civiele procedure procedeert een advocaat tegen zijn voormalig werknemer, eveneens advocaat, over diverse vorderingen die grotendeels betrekking hebben op de arbeidsovereenkomst tussen partijen.
De rechtbank oordeelt dat elf van de veertien vorderingen betrekking hebben op de arbeidsovereenkomst en derhalve exclusief bevoegdheid van de kantonrechter zijn. Deze vorderingen worden naar de kantonrechter verwezen. De overige drie vorderingen, gebaseerd op onrechtmatige daad, worden afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van onrechtmatig handelen na afloop van het dienstverband.
Ook vorderingen in reconventie, die eveneens arbeidsrechtelijk van aard zijn, worden verwezen naar de kantonrechter. De rechtbank benadrukt dat zij haar bevoegdheid ambtshalve moet onderzoeken en dat een gemengde problematiek geen reden is om de gehele zaak aan zich te houden.
Het kortgedingvonnis dat eerder tussen partijen is gewezen, heeft kracht van gewijsde en kan niet door middel van deze bodemprocedure worden aangevochten. De rechtbank wijst de vorderingen af die dit betreffen.
De procedure wordt voortgezet bij de kantonrechter, die ook zal oordelen over de proceskosten en overige nevenvorderingen.
Uitkomst: De rechtbank verwijst het merendeel van de vorderingen naar de kantonrechter en wijst enkele vorderingen af.