8.
[gedaagde partij] heeft ter zitting gesteld dat aan het besluit tot overplaatsing bedrijfseconomi-sche omstandigheden ten grondslag liggen. Door de teruggelopen omzet (-20%) en de tegenval-lende bedrijfsresultaten (een verlies van 7 miljoen) zijn inmiddels 300 van de in totaal 1700 werknemers afgevloeid; een landelijke personeelsreductie van 17,6%.
[eisende partij] heeft een en ander gemotiveerd weersproken. [eisende partij] heeft een email overgelegd, gedateerd 1 april 2009 en afkomstig van [L], leidinggevende bij [gedaagde partij], waarin staat dat de vestiging [plaats B] het budget (de omzet) voor maart 2009 heeft behaald. Ook volgt uit dit emailbericht dat de totale omzet tot en met bedoelde maand ‘slechts’ € 104.836 bij een gebudgetteerde omzet van € 1.527.682 is achtergebleven.
De kantonrechter wil aannemen dat de bedrijfsresultaten van [gedaagde partij] vanwege de eco-nomische crisis en de aard van haar onderneming (groothandel in bouwmaterialen) onder druk staan, maar is er niet van overtuigd geraakt dat [gedaagde partij] in die tegenvallende bedrijfsre-sultaten in redelijkheid aanleiding heeft kunnen vinden [eisende partij] naar (uiteindelijk) [plaats A] over te plaatsen. De resultaten van de vestiging [plaats B], gerekend tot en met de maand maart 2009, laten geen zodanig sterke afname zien dat het aannemelijk is dat de arbeidsinzet van [eisende partij] aldaar in de loop van het eerste kwartaal 2009 min of meer overbodig is geworden. Dit wordt versterkt door een emailbericht van dezelfde [L] d.d. 30 januari 2009, dus daags na de eerste ziekmelding van [eisende partij], waarin staat ‘dat we z.s.m. een vervan-ger/vervangster moeten hebben’. Dit emailbericht is vanwege de ‘afwezigheid van [eisende partij]’ aan haar collega’s van de vestiging te [plaats B] verzonden. Ook daaruit doemt niet het beeld op van een arbeidskracht die vanwege een teruglopende omzet weinig meer te doen heeft.
[gedaagde partij] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangeboden desgewenst stukken over te leggen waaruit de negatieve omzetontwikkeling van de vestiging [plaats B] blijkt, maar zij heeft die stukken vervolgens niet overgelegd, zodat de kantonrechter daarop geen acht kan slaan.
Verder is van belang dat in de brieven van [gedaagde partij] van 16 maart 2009 en van 30 maart 2009 nog een heel andere reden voor de overplaatsing is aangevoerd, te weten ‘de onlangs ge-voerde discussie’ met [eisende partij] waardoor het voor haar en ‘het team [X] [plaats B] wen-selijk is dat er een nieuwe start gaat plaatsvinden’. Gedoeld wordt blijkbaar op de discussie met [eisende partij] en haar gemachtigde over de hoogte van het salaris van [eisende partij]. Niet valt in te zien dat deze discussie tot overplaatsing van [eisende partij] mag leiden, zelfs al zou [ei-sende partij] ongelijk hebben.
De stelling van [gedaagde partij] dat de houding van [eisende partij] in negatieve zin is omge-slagen nadat haar dienstverband vanaf 1 oktober 2008 voor onbepaalde tijd geldt, is bestreden en niet onderbouwd met bijvoorbeeld een verslag van een gesprek of een brief waarin het mati-ge functioneren van [eisende partij] vanaf 1 oktober 2008 aan de orde is gesteld. Ook deze stel-ling wordt daarom gepasseerd.