ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0697
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Wijnands-Veninga
- G.P. Nieuwenhuis
- M. Willemse
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij doen plegen van valse aangifte
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het doen plegen van valse aangifte. De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaar. De verdediging voerde aan dat er een vervolgingsbeleid bestaat waarbij dergelijke zaken niet worden vervolgd, en dat verdachte geen opzet had.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat er weinig jurisprudentie is over vervolging voor doen plegen van valse aangifte onvoldoende is om niet-ontvankelijkheid van het OM te concluderen. Het OM heeft op grond van het opportuniteitsbeginsel de vrijheid om te vervolgen. Uit de verklaringen van verdachte bleek dat hij niet begreep dat zijn collega het verhaal serieus zou nemen en dat hij geen opzet had op het doen van aangifte.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf af, omdat geen gronden aanwezig waren om deze alsnog te gelasten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij het doen plegen van valse aangifte.