ECLI:NL:RBZLY:2009:BK1792
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opdrachtgever en honorering bij contractuele geschil tussen natuurlijke persoon en besloten vennootschap
In deze civiele procedure stond centraal de vraag wie als opdrachtgever moest worden aangemerkt: de natuurlijke persoon of diens besloten vennootschap. De rechtbank hanteerde de Haviltex-toets en het uitgangspunt dat iemand voor zichzelf handelt tenzij anders kenbaar gemaakt. De bewijslast lag bij de partij die stelde voor een ander te handelen.
De natuurlijke persoon slaagde er niet in te bewijzen dat hij niet voor zichzelf, maar voor zijn vennootschap handelde. Getuigenverklaringen en overgelegde stukken boden onvoldoende steun voor zijn stelling. De rechtbank oordeelde daarom dat hij als contractspartij moest worden beschouwd.
Vervolgens werd vastgesteld dat Gisu B.V. terecht het uurtarief van EUR 34,00 plus reiskosten in rekening bracht. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De natuurlijke persoon werd veroordeeld tot betaling van EUR 19.296,78 vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten van EUR 2.331,35.
Uitkomst: De natuurlijke persoon is veroordeeld tot betaling van EUR 19.296,78 plus rente en proceskosten aan Gisu B.V.