ECLI:NL:RBZLY:2009:BK4818
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.M. Heeregrave
- M.A. Wijnands-Veninga
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte loverboypraktijken wegens onvoldoende bewijs uitbuiting
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van loverboypraktijken, waaronder het werven, vervoeren en huisvesten van een slachtoffer met het oogmerk van uitbuiting. De zittingen vonden plaats op 5 juni 2008, 4 september 2009 en 9 november 2009. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 31 dagen en een werkstraf van 60 uur.
De verdediging voerde aan dat het bewijs ontbrak om de ten laste gelegde feiten te bewijzen. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat verdachte het slachtoffer heeft gedwongen of bewogen tot prostitutie of dat er sprake was van een ongelijkwaardige machtsverhouding kenmerkend voor loverboypraktijken. Er was geen wettig en overtuigend bewijs voor het oogmerk van uitbuiting.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. C.A.M. Heeregrave, met mr. M.A. Wijnands-Veninga en mr. G.E.A. Neppelenbroek als rechters, op 23 november 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor uitbuiting en dwang.