ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering geldlening in nalatenschapsverdeling na echtscheiding
De zaak betreft een geschil over de verdeling van de nalatenschap van een erflater, waarbij een vordering wegens geldlening door een ex-echtgenote wordt betwist. De ex-echtgenote trachtte de lening met rente te innen, maar de rechtbank stelt vast dat deze vordering verjaard is op grond van de artikelen 3:307 en 3:308 BW, omdat er gedurende ruim twaalf jaar geen schriftelijke aanmaning of rechtsvordering is ingesteld.
De rechtbank overweegt dat de opeisbaarheid van de vordering samenvalt met de datum van de echtscheiding in 1978. Pogingen van de ex-echtgenote om de vordering te innen zijn niet voldoende om de verjaring te stuiten. Ook een ontwerp van vaststellingsovereenkomst wordt niet gezien als erkenning die de verjaring zou doen herleven.
De rechtbank gelast de verdeling van de nalatenschap waarbij ieder der erfgenamen een gelijk deel van het geldbedrag op een kwaliteitsrekening van het notariskantoor ontvangt, onder aftrek van de kosten. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering wegens geldlening is verjaard en wordt afgewezen; de nalatenschap wordt verdeeld onder de erfgenamen.