ECLI:NL:RBZLY:2010:BL3209
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs dwang bij verkrachting minderjarige dochter
Verdachte werd beschuldigd van verkrachting van zijn minderjarige dochter in de periode circa december 1991 tot september 1992. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte door feitelijkheid, voortvloeiend uit zijn vaderlijke en leeftijdsrelatie, zijn dochter had gedwongen tot seksuele handelingen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaringen van het slachtoffer consistent en gedetailleerd waren en er ondersteunend bewijs was, het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte het overwicht actief heeft ingezet om dwang uit te oefenen. Er was geen sprake van geweld en ook niet van een feitelijkheid die opzettelijk dwang veroorzaakte.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet ontvankelijk verklaard, maar kon worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang door feitelijkheid bij verkrachting.