ECLI:NL:RBZLY:2010:BL8986
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na opzegging wegens bedrijfseconomische redenen
De werknemer heeft verzocht om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang en toekenning van een vergoeding van €97.968,00 wegens vermeend onredelijk ontslag en gedragingen van de werkgever die het voortzetten van de arbeidsrelatie onmogelijk maken.
De werkgever had het ontslag aangezegd op grond van bedrijfseconomische redenen, met toestemming van het UWV, en de werknemer op non-actief gesteld vanwege het onrechtmatig verzenden van bedrijfsgegevens naar zijn privé-email en mogelijke concurrentieactiviteiten. De werknemer protesteerde hiertegen, maar zag af van een kort geding.
De kantonrechter oordeelt dat geen gewichtige redenen zijn voor een eerdere ontbinding dan de opzegdatum, dat de op non-actiefstelling gegrond was en dat de werknemer onvoldoende feiten heeft gesteld voor een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag in deze procedure. Het verzoek wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang en vergoeding wordt afgewezen.