ECLI:NL:RBZLY:2010:BL9735
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op pensioenuitkering na ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer die na ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden aanspraak maakte op een pensioenuitkering conform de aanvullende arbeidsvoorwaarden van Wehkamp. De werknemer stelde dat hij op de datum van ontslag de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en met pensioen was gegaan, waardoor hij recht had op een uitkering volgens artikel 17.2 van die voorwaarden.
Wehkamp betwistte dit en stelde dat de regeling alleen geldt indien het dienstverband wordt beëindigd vanwege pensionering of langdurige arbeidsongeschiktheid, niet bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. De kantonrechter paste de CAO-norm toe voor de uitleg van de regeling en concludeerde dat 'met pensioen gaan' moet worden gelezen als het ontslag nemen vanwege pensionering, niet het ontvangen van een pensioenuitkering na ontslag.
Feitelijk had de werknemer aanvankelijk niet de intentie om met pensioen te gaan en had hij geprobeerd te herplaatsen. Uiteindelijk werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens bedrijfseconomische redenen en ontving hij een billijke vergoeding. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer geen aanspraak heeft op de aanvullende uitkering en wees de vordering af, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot pensioenuitkering wordt afgewezen omdat het ontslag niet het gevolg was van pensionering.