ECLI:NL:RBZLY:2010:BM2298
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname door arrestantenverzorger ongegrond verklaard
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van een minderjarige veroordeelde. De kern van het geschil betrof de bevoegdheid van arrestantenverzorgers als buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA) tot het afnemen van wangslijm en de rechtmatigheid van het generieke bevel van de hoofdofficier van justitie.
De rechtbank stelde vast dat arrestantenverzorgers, waaronder de betrokken personen, als politieambtenaren met een geldige opsporingsbevoegdheid en certificaat bevoegd zijn tot het afnemen van wangslijm. Het generieke bevel van de hoofdofficier van justitie voldoet aan de wettelijke eisen en is passend binnen het wettelijke kader. De rechtbank verwierp het verweer dat het bevel niet toereikend zou zijn en oordeelde dat de praktische eenvoud van de handeling en toetsbaarheid van bekwaamheid dit rechtvaardigen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het afnemen en verwerken van DNA van een minderjarige geen afbreuk doet aan diens waardigheid en eigenwaarde, noch strijdig is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Het maatschappelijke belang bij DNA-onderzoek prevaleert. Ook het argument dat het niet aanvaarden van een transactie een procesrisico inhoudt, werd verworpen. Het bezwaarschrift werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard en de arrestantenverzorgers zijn bevoegd tot wangslijmafname.