ECLI:NL:RBZLY:2010:BN2270
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Nieuwenhuis
- M.A. Wijnands-Veninga
- J.E. van den SteenhovenDrion
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs en onvoldoende bewijs voor wederrechtelijke toe-eigening
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 8 juli 2010 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van twee feiten van wederrechtelijke toe-eigening van goederen in Deventer. Het openbaar ministerie eiste een gevangenisstraf van 51 dagen.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding van verdachte op 6 april 2010 onrechtmatig was en dat het daaropvolgende bewijs daardoor onrechtmatig verkregen was. De rechtbank stelde vast dat het enkele feit dat de verbalisant verdachte, een hem bekende persoon, met een boodschappentas uit een supermarkt zag lopen geen redelijk vermoeden van schuld opleverde. Hierdoor was de aanhouding onrechtmatig en moest het bewijs dat hieruit voortkwam worden uitgesloten.
Daarnaast kon het tweede ten laste gelegde feit niet worden bewezen, mede omdat het ook door de tweelingbroer van verdachte gepleegd kon zijn. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en onrechtmatig verkregen bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatige aanhouding en onvoldoende bewijs.