ECLI:NL:RBZLY:2010:BN6250
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Telenga
- Rechtspraak.nl
Geschil over bestemming van as na crematie van overleden familielid
Eisers, familieleden van de overledene, vorderden dat de urn met de as van hun vader, broer en zwager begraven zou worden, omdat de overledene naar hun zeggen begraven wilde worden. Gedaagden, de echtgenote en kinderen van de overledene, betwistten dit en stelden dat de overledene gecremeerd wilde worden en dat de as in de woning bewaard moest blijven.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de Wet op de lijkbezorging en artikel 4:10 BW Pro de echtgenote geen zeggenschap heeft over de as, omdat de echtscheiding was uitgesproken en de overledene de woning had verlaten. De kinderen van de overledene zijn de eerst aangewezen erfgenamen om te beslissen over de as.
Omdat er geen duidelijke wilsbeschikking bestond over de asbestemming, werd het belang van de kinderen van de overledene, die hun hele leven met hem hadden samengewoond, zwaarder gewogen dan dat van eisers, die minder nauwe banden hadden. De rechtbank wees het verzoek tot begrafenis van de as af, maar kende toe dat een rouwdienst gehouden mocht worden waarbij de urn beschikbaar wordt gesteld. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot begrafenis van de as af en kent toe dat een rouwdienst gehouden mag worden met medewerking van gedaagden.