ECLI:NL:RBZLY:2010:BO0355
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie onterecht opgelegd wegens voldoende re-integratie-inspanningen ondanks beperkingen werknemer
De werknemer werd arbeidsongeschikt verklaard en vroeg een WIA-uitkering aan. De werkgever werd door het UWV verplicht het loon door te betalen vanwege vermeende onvoldoende re-integratie-inspanningen. De werkgever maakte bezwaar tegen deze loonsanctie, die werd afgewezen, waarna beroep werd ingesteld.
De rechtbank beoordeelde of de werkgever tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen. Hoewel het resultaat van re-integratie niet bevredigend was, oordeelde de rechtbank dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht, waaronder het inschakelen van een re-integratiebureau en het uitvoeren van een assessment. De werknemer wilde niet meewerken aan re-integratie en had ernstige medische beperkingen en een belastende privésituatie.
De rechtbank stelde vast dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de werkgever onvoldoende had gehandeld. Gezien de omstandigheden was het onredelijk om van de werkgever te eisen dat zij zich verder inspande voor omscholing of herplaatsing. De opgelegde loonsanctie werd daarom vernietigd en het besluit van het UWV herroepen.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Deze uitspraak vervangt het bestreden besluit en bevestigt dat de werkgever niet tekort is geschoten in haar re-integratieverplichtingen.
Uitkomst: De loonsanctie is vernietigd omdat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht ondanks de beperkingen van de werknemer.