ECLI:NL:RBZLY:2010:BO0963
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak minderjarige medeverdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs medeplichtigheid moord
Op 17 november 2009 werd het levenloze lichaam van het slachtoffer in het Urkerbos aangetroffen na een gewelddadige dood. Verdachte, een minderjarige, werd ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan de moord door het slachtoffer op te halen, mee te lopen naar het bos en niet te waarschuwen voor het voornemen van de hoofdverdachte.
De officier van justitie stelde dat verdachte geen opzet had om te assisteren bij de moord en dat ook voorwaardelijk opzet niet bewezen kon worden. De verdediging voerde aan dat er geen rechtsplicht tot handelen bestond en dat het vergezellen en niet waarschuwen geen strafbare feiten waren.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Zijn verklaringen waren consistent en betrouwbaar, en het unieke, traumatische karakter van het feit maakte dat verdachte geen aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn handelen de moord mogelijk maakte. Daarom werd verdachte vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplichtigheid aan moord.