ECLI:NL:RBZLY:2010:BO4748
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering en juiste inschaling werknemer volgens CAO Afbouw
Eiser trad op 23 mei 2005 in dienst bij gedaagde als plafondmonteur, met toepassing van de CAO Afbouw. De kern van het geschil betreft de vraag of eiser bij indiensttreding reeds werkervaringsjaren had opgebouwd, wat bepalend is voor de juiste salarisinschaling. Volgens de CAO wordt een werkervaringsjaar gedefinieerd als een jaar waarin meer dan 220 rechtdagen zijn opgebouwd.
Partijen verschillen van mening over de betekenis van 'rechtdagen' en de periode waarover deze moeten worden geteld. Gedaagde stelt dat rechtdagen gelijkstaan aan werkdagen, en dat alleen dienstverbanden in loondienst meetellen, niet die via uitzendbureaus. Eiser betwist het aantal rechtdagen en heeft een overzicht overlegd dat fouten bevat. De kantonrechter stelt vast dat uitzendperioden buiten beschouwing moeten blijven omdat niet is aangetoond dat de CAO daarop van toepassing is.
De kantonrechter legt uit dat een werkervaringsjaar objectief moet worden uitgelegd als een kalenderjaar of een gelijkwaardige periode waarin meer dan 220 rechtdagen zijn opgebouwd. Een optelsom van rechtdagen over meerdere jaren is onvoldoende. De feiten tonen dat eiser in de relevante periodes niet aan deze norm voldeed, maar onduidelijkheid over sommige periodes blijft bestaan. Daarom wordt eiser in de gelegenheid gesteld nadere opgave te doen, waarna gedaagde kan reageren. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rolzitting voor nadere uitlatingen over de opbouw van werkervaringsjaren en loonvordering.