ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing executoriaal derdenbeslag en lijfsdwang
In deze zaak vordert eiser de opheffing van een executoriaal derdenbeslag en het staken van lijfsdwang die op hem is gelegd. De voorzieningenrechter had reeds op 23 december 2010 beslist over de vorderingen met betrekking tot de lijfsdwang. De huidige beslissing betreft de overige vorderingen, waaronder de opheffing van het derdenbeslag.
Eiser stelt dat het beslag niet op het juiste adres is betekend, omdat hij zich op 8 november 2010 op een nieuw adres heeft ingeschreven, terwijl de betekening plaatsvond op het oude adres. Gedaagden voeren aan dat de deurwaarder de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) heeft geraadpleegd voordat de betekening plaatsvond.
De rechtbank oordeelt dat de betekening op 24 september 2010 heeft plaatsgevonden op het adres waar eiser volgens eigen stellingen was ingeschreven. Er is geen grond voor opheffing van het derdenbeslag. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het executoriaal derdenbeslag wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.