ECLI:NL:RBZLY:2010:BP0194
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting huurprijs na onduidelijke opzegging bedrijfsruimte
De zaak betreft een huurgeschil tussen een vennootschap onder firma als verhuurder en twee natuurlijke personen als huurders van een bedrijfs-/winkelruimte. De kern van het geschil is of de huurders vanaf augustus 2009 tot en met maart 2010 nog huur verschuldigd zijn.
De huurovereenkomst was aanvankelijk voor een korte periode en werd voortgezet als proefperiode met een maand-op-maand opzeggingsmogelijkheid volgens de huurders, terwijl de verhuurder een langere voortzetting met intentie tot verlenging stelde. De huurders stelden dat zij de huur per brief of e-mail in mei of juni 2009 hadden opgezegd en dat de sleutels waren ingeleverd, maar namen wisselende en tegenstrijdige standpunten in.
De kantonrechter concludeert dat de huurders onvoldoende bewijs hebben geleverd van een geldige opzegging en terbeschikkingstelling van het gehuurde voor 18 maart 2010. Daarom blijven zij gehouden tot betaling van huur of gebruiksvergoeding tot 1 april 2010. De rechter veroordeelt de huurders hoofdelijk tot betaling van € 13.370,07, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van huur en kosten tot 1 april 2010 wegens onvoldoende bewijs van opzegging en sleuteloverdracht.