ECLI:NL:RBZLY:2010:BP0213
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid ondanks inname rijbewijs beroepschauffeur
De zaak betreft een beroepschauffeur die op 31 mei 2010 een aanrijding veroorzaakte met een bloedalcoholgehalte van 1,82 promille, waarna zijn rijbewijs werd ingenomen. Hij werd geschorst door zijn werkgever en ontving vanaf 1 juli 2010 geen loon meer. De chauffeur vorderde loondoorbetaling vanaf die datum, stellende dat hij arbeidsongeschikt was door ziekte.
De werkgever voerde verweer dat het niet kunnen werken primair werd veroorzaakt door de inname van het rijbewijs, een omstandigheid die voor rekening van de werknemer komt, zodat geen loonbetaling verschuldigd zou zijn. De kantonrechter stelde echter vast dat de werknemer reeds arbeidsongeschikt was wegens overspannenheid en/of depressie vóór de inname van het rijbewijs en dat het excessieve drankgebruik en de inname van het rijbewijs verband hielden met deze ziekte.
De kantonrechter oordeelde dat de primaire oorzaak van het niet kunnen werken de ziekte was en niet de inname van het rijbewijs. Daarom had de werknemer recht op loondoorbetaling in de vorm van ziekengeld zolang de arbeidsongeschiktheid voortduurde. De hoogte van het ziekengeld kon niet exact worden vastgesteld door de rechter en werd aan partijen overgelaten. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 10%. De vordering tot opheffing van de schorsing en buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
Uitkomst: De werknemer heeft recht op loondoorbetaling als ziekengeld vanaf 1 juli 2010 zolang zijn arbeidsongeschiktheid voortduurt.