ECLI:NL:RBZLY:2010:BP0802
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoek tot kosteloze vereffening en opheffing van wettelijke vereffening nalatenschap
In deze zaak verzocht de erfgenaam om zowel de kosteloze vereffening als de opheffing van de wettelijke vereffening van een nalatenschap volgens artikel 4:209 BW Pro. Hoewel de wet slechts hetzij de kosteloze vereffening, hetzij de opheffing toestaat, achtte de kantonrechter het in de praktijk redelijk om beide verzoeken in één beschikking toe te wijzen. Dit voorkomt dat voor het verzoek tot opheffing griffierecht moet worden betaald terwijl de middelen daarvoor vaak ontbreken.
De kantonrechter stelde vast dat de vereffenaar had voldaan aan de lichte vereffeningsverplichtingen, zoals het opmaken van een boedelbeschrijving en het oproepen van schuldeisers. De vereffeningskosten werden vastgesteld op € 3.476,88 en als preferente nalatenschapschuld aangemerkt. De opheffing van de vereffening werd bevolen zonder dat publicatie daarvan nodig was, en het griffierecht van € 111,00 werd ten laste van de Staat gebracht.
De beslissing werd genomen zonder mondelinge behandeling, gezien de volledigheid van de ingediende stukken. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt de opheffing van de wettelijke vereffening en bepaalt dat het griffierecht ten laste van de Staat komt.