ECLI:NL:RBZLY:2010:BP2042
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.J. Harmeijer
- M.A.A. ter Meer-Siebers
- W.F. Roelink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling diefstal met braak uit verenigingsgebouw op basis van DNA-bewijs
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 17 december 2010 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van diefstal met braak uit een verenigingsgebouw in de periode van 12 tot 15 juli 2010. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte zich toegang had verschaft door braak en diverse goederen had weggenomen.
Het bewijs bestond uit DNA-sporen gevonden op een leeg flesje chocolademelk in het gebouw, dat door het Nederlands Forensisch Instituut was gekoppeld aan het DNA-profiel van verdachte. Daarnaast verklaarde een verbalisant verdachte op 18 juli 2010 in de plaats te hebben gezien, ondanks dat verdachte ontkende in die periode aanwezig te zijn geweest.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was, met name over de betrouwbaarheid van het DNA-bewijs en de waarneming van de verbalisant. De rechtbank oordeelde echter dat het DNA-bewijs zeer sterk was en dat de verklaring van de verbalisant de aanwezigheid van verdachte bevestigde.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden, waarbij rekening werd gehouden met zijn strafrechtelijke verleden. Vrijspraak werd uitgesproken voor het meer of anders ten laste gelegde dat niet bewezen kon worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor diefstal met braak.