ECLI:NL:RBZLY:2010:BR3860
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen natrekking van apparatuur op mestoplegger, eigendom blijft bij leverancier
In deze civiele zaak staat de eigendom van MINAS apparatuur op een mestoplegger centraal. [A] c.s. heeft de apparatuur aangeschaft en geïnstalleerd op de mestoplegger van [D] c.s., die de oplegger verhuurde. Na beëindiging van de huur vorderde [A] c.s. de teruggave van de apparatuur, terwijl [D] c.s. stelde eigenaar te zijn geworden op grond van afspraken en natrekking.
De rechtbank beoordeelde eerst of sprake was van natrekking volgens artikel 3:4 BW Pro. De mestoplegger kan zonder de apparatuur gebruikt worden voor het uitrijden van water, waarvoor geen MINAS apparatuur nodig is, waardoor de apparatuur als een zelfstandige suppletie wordt gezien en geen bestanddeel vormt. Ook fysiek kan de apparatuur eenvoudig en schadevrij worden verwijderd. Hierdoor is geen natrekking en blijft de apparatuur eigendom van [A] c.s.
Vervolgens onderzocht de rechtbank de eigendomsoverdracht op grond van afspraken. De vermeende wederprestatie van [D] c.s. – het langdurig verhuren van de mestoplegger – is niet substantieel, omdat het om een normale huurprijs ging. De verkoop van oude apparatuur door [D] c.s. en het gebruik van de mestoplegger voor wateruitrijden maken onduidelijk of eigendom is overgedragen. De rechtbank acht het aannemelijker dat [A] c.s. de apparatuur slechts ter beschikking heeft gesteld.
De rechtbank concludeert dat [D] c.s. het eigendom niet heeft bewezen en draagt haar op bewijs te leveren. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering, waaronder getuigenverhoor en overlegging van bewijsstukken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de apparatuur geen bestanddeel is van de mestoplegger en draagt [D] c.s. op bewijs te leveren van eigendom, waarna de zaak wordt aangehouden.