ECLI:NL:RBZLY:2011:BP5037
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wegens verjaring
In deze arbeidszaak vordert de eiser een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag nadat zijn dienstverband per 1 mei 2009 rechtsgeldig werd beëindigd. De eiser stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk was en baseert zijn vordering primair daarop, subsidiair op strijd met goed werkgeverschap.
De kantonrechter beoordeelt eerst het verweer van verjaring. De verjaringstermijn van zes maanden is tijdig gestuit door een brief van 4 september 2009, waarna een nieuwe termijn begon te lopen. De brief van 11 maart 2010 die opnieuw stuiting moest bewerkstelligen, is volgens de kantonrechter te laat, waardoor de vordering verjaard is.
De kantonrechter overweegt dat de regeling omtrent kennelijk onredelijk ontslag uitputtend is en dat toetsing aan goed werkgeverschap of redelijkheid en billijkheid naast deze regeling niet mogelijk is. Ook een eventuele onrechtmatige daad is niet gesteld. Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt de eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen wegens verjaring en geen toewijsbare subsidiaire grondslag.