ECLI:NL:RBZLY:2011:BP9357
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van rechters wegens vermeende vooringenomenheid
De verdachte heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechters van de meervoudige strafkamer, stellende dat de rechtbank vooringenomen zou zijn vanwege diverse motieven, waaronder het gebruik van de term 'slachtoffer' in het tussenvonnis en de interpretatie van de tenlastelegging.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en overwogen dat de rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De door verdachte aangevoerde gronden werden onderzocht en verworpen omdat de beslissingen van de strafkamer begrijpelijk waren en het onderzoek ter terechtzitting reeds gesloten was.
Ook het gebruik van de term 'slachtoffer' werd als een wettelijke term gezien die niet automatisch wijst op een definitief oordeel over de feiten, en de verdachte kon zijn bezwaren tegen de interpretatie van de tenlastelegging in hoger beroep aanvoeren.
De rechtbank concludeerde dat geen van de wrakingsgronden doel treft en wees het verzoek af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2011 door de rechters C.H. de Haan, A.L. Smit en F. Koster.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.