ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ1954
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voorschot ex-werknemer tegen woningcorporatie na ontslag op staande voet
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een woningcorporatie en haar voormalig statutair directeur, die op staande voet werd ontslagen wegens betrokkenheid bij dubieuze grondaankopen. De ex-werknemer vorderde een voorschot op inkomensschade en exhibitie van een intern onderzoeksrapport.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van de ex-werknemer niet aannemelijk is gemaakt. Ondanks zijn financiële problemen heeft hij ruim zeven maanden gewacht met het instellen van een voorlopige voorziening en heeft hij zijn financiële situatie onvoldoende onderbouwd. Bovendien kan hij vanaf 1 januari 2011 geen aanspraak meer maken op salaris volgens de beëindigingsovereenkomst.
De vordering tot overlegging van het IFO-rapport wordt eveneens afgewezen wegens strijd met de goede procesorde en het ontbreken van een spoedeisend belang. De beslissing omtrent de proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot voorlopige voorziening af wegens onvoldoende spoedeisend belang en strijd met de goede procesorde.