ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ3290
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medehuurschap wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
Eisende partijen vorderden dat [eisende partij 2] medehuurder zou worden van de woning die door [eisende partij 1] werd gehuurd. Zij stelden dat zij vanaf november 2007 tot het vertrek van [eisende partij 1] naar het buitenland een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerden.
De verhuurder, Openbaar Belang, erkende dat [eisende partij 2] meer dan twee jaar haar hoofdverblijf in de woning had, maar betwistte dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De kantonrechter stelde vast dat duurzaamheid wordt bepaald aan de hand van objectieve factoren zoals de duur van de samenwoning en subjectieve factoren zoals de intentie van partijen en de mate van onderlinge zorg en gezamenlijke uitgaven.
Hoewel partijen samenwoonden en gezamenlijke kosten deelden, ontbrak het aan voldoende onderbouwing van de intentie om de huishouding duurzaam voort te zetten. Er was geen affectieve relatie en onvoldoende inzicht in gezamenlijke plannen op langere termijn. Daarom concludeerde de kantonrechter dat niet is voldaan aan de vereiste duurzaamheid en wees de vordering af.
Eisende partijen werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de verhuurder.
Uitkomst: De vordering tot toekenning van medehuurschap wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van duurzame gemeenschappelijke huishouding.