ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ3859
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- L.P. de Haas
- W.F. Roelink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken overtuigend bewijs voor schuld bij overlijden door shaken baby syndroom
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten met betrekking tot het shaken baby syndroom en het overlijden van zijn kind. Hoewel medisch is vastgesteld dat het hersenletsel veroorzaakt is door menselijk handelen, ontbreekt het overtuigende bewijs dat verdachte dit heeft gedaan.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door het met kracht heen en weer schudden van het kind, al dan niet in vereniging met anderen, met uiteindelijk de dood tot gevolg. Ook werd subsidiair gesteld dat verdachte door grove nalatigheid het overlijden heeft veroorzaakt. De verdediging betoogde dat verdachte geen opzet had en dat het overlijden mede het gevolg was van het stopzetten van de voeding.
De rechtbank nam kennis van medische rapporten die bevestigen dat het letsel het gevolg is van een acceleratie-deceleratietrauma, passend bij shaken baby syndroom. Echter, de verklaringen van verdachte en medeverdachte en het ontbreken van bewijs dat verdachte het kind met kracht heeft geschud, leiden tot twijfel over wie het letsel heeft toegebracht. De rechtbank oordeelde dat het causaal verband tussen het schudden en overlijden wel bestaat, maar dat niet bewezen is dat verdachte dit heeft gedaan.
Ook de subsidiaire tenlasteleggingen werden verworpen, omdat verdachte tijdig medische hulp heeft ingeroepen toen het kind in een zorgelijke toestand verkeerde. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs dat hij zijn kind met kracht heeft geschud waardoor het hersenletsel en overlijden zijn veroorzaakt.