ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ4858
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid van wegingsfactor in beleid proceskosten bestuursrecht bij WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke procedure betrof het geschil de vaststelling van de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding in een WOZ-zaak. Verweerder had de wegingsfactor afhankelijk gesteld van het financiële belang van de zaak, waarbij een lagere factor werd toegepast bij een lager financieel belang.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beleidsregel en stelde dat de vergoeding gebaseerd moet zijn op de verrichte werkzaamheden en de gecompliceerdheid van de zaak, die niet samenhangt met het financiële belang. De rechtbank volgde eiser en oordeelde dat het beleid kennelijk onredelijk is.
De rechtbank stelde vast dat in bezwaar de vergoeding € 218,- per punt met wegingsfactor 1 passend is en in beroep € 874,-, waarbij verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep, inclusief griffierecht. De uitspraak benadrukt dat de mate van gecompliceerdheid bepalend is voor de hoogte van de vergoeding en niet het financiële belang.
Het geding betrof een WOZ-beschikking met een waarde van € 231.000,-, waartegen bezwaar en beroep waren ingesteld. Partijen bereikten een compromis over de waarde, maar niet over de proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft de wegingsfactor en kostenvergoeding vastgesteld en verweerder veroordeeld tot betaling van de redelijke proceskosten van eiser.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten met wegingsfactor 1 wegens kennelijke onredelijkheid van het beleid.