ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ5636
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot schorsing executie en tussenkomst in executiegeschil
In deze zaak stond een executiegeschil centraal waarbij [A] vorderde dat de rechtbank de executie van een vonnis van 1 september 2010, waarop hij hoofdelijk veroordeeld was, zou schorsen. Tevens verzocht hij om tussenkomst in het kort geding tegen Stichting Beheer Horeca en curator Witteveen Q.Q. vanwege een geschil over de bevoegdheid tot executie en het restitutierisico.
De rechtbank stelde vast dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad was en dat executie daarvan in beginsel mogelijk is, tenzij sprake is van misbruik van recht. [A] voerde aan dat er een restitutierisico bestond doordat zowel Stichting Beheer Horeca als Witteveen Q.Q. mogelijk niet rechthebbende zouden zijn, mede omdat in het hoger beroep verstek was verleend en nog geen arrest was gewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat noch een juridische of feitelijke misslag noch een noodtoestand aan de zijde van [A] was gesteld die executie zou moeten schorsen. Ook het vermeende restitutierisico was onvoldoende om de executie te staken. De rechtbank wees de vorderingen van [A] af en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
De zaak betrof een complexe executieprocedure met een tussengekomen partij en een curator in faillissement, waarbij de rechter tevens oordeelde over de toelaatbaarheid van tussenkomst en de gevolgen van een overeenkomst tussen Stichting Beheer Horeca en Witteveen Q.Q. over de afdracht van gelden.
Uitkomst: De vorderingen van [A] tot schorsing van de executie en tussenkomst worden afgewezen; elke partij draagt haar eigen proceskosten.