ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ6101
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. den Haan
- W.F. Bijloo
- L.J.C. Hangx
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag noodopvang gezin wegens niet-rechtmatig verblijf
Eiseres en haar kinderen verbleven in een noodopvang in Almere en vroegen bijstand aan voor levensonderhoud en woonkosten. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees de aanvraag af op grond van artikel 11 van Pro de Wet Werk en Bijstand (WWB), omdat eiseres en haar kinderen niet rechtmatig in Nederland verbleven en niet met een Nederlander gelijkgesteld konden worden.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het niet verlenen van bijstand in strijd was met verdragsrecht, met name het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aanleiding bestond om artikel 16, tweede lid, van de WWB buiten toepassing te laten en dat de weigering van bijstand geen onmogelijkheid van normale ontwikkeling van het privéleven veroorzaakte.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waarin de toepassing van artikel 16, tweede lid, van de WWB op niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen als een evenredig middel wordt gezien. Tevens wees de rechtbank op het bestaan van een voorliggende voorziening voor rechtmatig verblijvende minderjarige kinderen in de Regeling verstrekkingen voor bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb).
Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking van het college gehandhaafd. De rechtbank concludeerde dat eiseres en haar kinderen geen recht hadden op bijstand en dat de weigering niet in strijd was met hogere regelgeving of verdragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet-rechtmatig verblijf.