ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7279
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Wraking
- O.E. Mulder
- C.A. Peterzon
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen voorzitter meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. Hendriksen, een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de voorzitter naar aanleiding van de afwijzing van een verzoek tot benoeming van een contra-deskundige die gespecialiseerd is in letsel veroorzaakt door vechtsporten.
De verdediging stelde dat de voorzitter onjuist had gehandeld door te stellen dat aanvullend onderzoek reeds was verricht en dat de verdediging zelf aanvullend onderzoek kon verrichten. Tevens werden enkele opmerkingen van de voorzitter als ongepast en vooringenomen ervaren. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal van de terechtzitting en de schriftelijke reactie van de voorzitter.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen aanwijzing is voor vooringenomenheid en dat de afwijzing van het verzoek tot benoeming van een contra-deskundige niet onbegrijpelijk was. De opmerkingen van de voorzitter werden niet als zodanig beoordeeld dat zij blijk geven van vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2011 en tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.