ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7545
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Wraking
- J.A.O.A.M. van Aerde
- G.H. Meijer
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. [A], kantonrechter in een bodemzaak, op grond van vermeende partijdigheid tijdens een comparitie van partijen. Zij stelde dat de rechter haar onheus had bejegend en een vooringenomen houding had aangenomen door opmerkingen over haar bewijsvoering en de technische aard van de zaak.
De rechtbank beoordeelde dat de rechter uit hoofde van haar functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er concrete feiten en omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De klachten van verzoekster betroffen enerzijds de wijze van bejegening en anderzijds de inhoudelijke opmerkingen van de rechter.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster onvoldoende concrete feiten had aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden onderbouwen. Ook de voorlopige visie van de rechter op de bewijsvoering vormde geen grond voor wraking. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en afgewezen.