ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7604

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
31 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
537575 CV 11-545
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • H.C. Moorman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 WTBZ
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter verklaart zich onbevoegd in geschil over matiging advocatendeclaratie

Debiforce B.V. heeft verzet aangetekend tegen een verstekvonnis waarbij zij werd veroordeeld tot betaling van een advocatendeclaratie van €2.438,95 aan haar advocaat [N]. De advocaat had werkzaamheden verricht in verband met een faillissementsaanvraag, maar Debiforce betwistte de hoogte van de declaratie en stelde dat de advocaat niet conform opdracht had gehandeld, wat mede leidde tot afwijzing van het faillissementsverzoek.

De kantonrechter oordeelde dat het geschil tweeërlei is: over de hoogte van de declaratie en over de rechtmatigheid daarvan. Omdat Debiforce bereid was te betalen bij matiging van de declaratie en zij het negatieve resultaat deels toeschreef aan tekortkomingen van de advocaat, kwalificeert het geschil als een conflict over de hoogte van de declaratie in de zin van artikel 32 Wet Pro Tarieven in Burgerlijke Zaken.

Hierdoor is de kantonrechter niet bevoegd en is begroting van de declaratie door de Raad van Toezicht aangewezen. Het verzet wordt gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de advocaat wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, exclusief de kosten van de verzetdagvaarding.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst het geschil over de declaratie naar de Raad van Toezicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD
sector kanton – locatie Zwolle
zaaknr.: 537575 CV EXPL 11-545
datum : 31 mei 2011
Vonnis in de zaak van:
De besloten vennootschap DEBIFORCE B.V.,
gevestigd te Zwolle,
eisende partij in het verzet, verder te noemen Debiforce,
procederend zonder gemachtigde,
tegen
mr. [N], h.o.d.n. [N] Advocaten,
wonende en kantoorhoudende te Zwolle,
gedaagde partij in het verzet, verder te noemen [N],
gemachtigde Tijhuis Gerechtsdeurwaarders te Meppel.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- de oorspronkelijke dagvaarding,
- het verstekvonnis,
- de dagvaarding in het verzet,
- het antwoord van de gedaagde partij in het verzet,
- de reactie van de eisende partij in het verzet.
Het geschil
Bij verstekvonnis van 23 november 2010 is, onder toewijzing van de daartoe strekkende vordering van [N], Debiforce veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.438,95, vermeerderd met rente en kosten.
Tegen dat vonnis heeft Debiforce verzet gedaan en gevorderd dat zij zal worden ontheven van de veroordeling tegen haar uitgesproken bij het vonnis van 23 november 2010, met veroordeling van [N] in de kosten van de verzetprocedure.
De beoordeling
1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten die, als gesteld en niet of onvoldoende weersproken, als vaststaand hebben te gelden.
1.1.
[N] heeft in opdracht en voor rekening van Debiforce werkzaamheden verricht, bestaande uit het verzorgen van een faillissementsaanvraag, en daarvoor aan Debiforce een factuur verzonden ad € 2.014,86.
1.2.
Debiforce heeft die factuur onbetaald gelaten.
2.
[N] doet zijn vordering steunen op de stelling dat hij met Debiforce een overeenkomst van opdracht is aangegaan en dat hij die opdracht naar behoren heeft uitgevoerd.
3.
Debiforce heeft de vordering betwist, stellende dat het in rekening gebrachte bedrag buitenproportioneel is, in aanmerking nemende de tijd die nodig is voor het indienen van een faillissementsverzoek, en voorts dat de negatieve afloop - het verzoek is afgewezen – mede te wijten is aan het feit dat [N] niet conform de hem gegeven opdracht heeft gehandeld door een wel bekende vordering buiten de aanvraag te houden.
4.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
4.1.
Bij eerste beschouwing is de aard van het geschil tweeërlei: enerzijds een geschil over de hoogte van de declaratie, anderzijds over de vraag of de declaratie gerechtvaardigd is, waar [N] tekort zou zijn geschoten in de correcte nakoming van de gegeven opdracht.
4.2.
Door Debiforce wordt echter aan de, in haar ogen niet juiste, nakoming geen andere consequentie verbonden dan dat zij minder zou moeten betalen. Zij heeft immers aangegeven bereid te zijn de declaratie te voldoen wanneer deze aanzienlijk zou worden gemodereerd. In de visie van Debiforce heeft het feit, dat [N] zich niet van zijn opdracht heeft gekweten conform de hem gegeven instructies, zich vertaald in een groter risico op een negatief resultaat. Dat risico heeft zich volgens Debiforce ook gerealiseerd, althans zij voert aan dat het faillissementsverzoek onder andere om die reden is afgewezen.
4.3.
Waar Debiforce aanstuurt op matiging van de declaratie én vanwege het in haar ogen te groot aantal in rekening gebrachte uren én vanwege de (ongunstige) afloop van de zaak moet in lijn met het arrest van de Hoge Raad d.d. 12.10.2001 (RvdW 2001,155) het oordeel zijn dat het geschil in zijn geheel is aan te merken als een geschil over de hoogte van de declaratie als bedoeld in artikel 32 van Pro de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken (WTBZ).
4.4.
Het vorenstaande brengt mee dat op de voet van artikel 32 WTBZ Pro begroting van de declaratie door de Raad van Toezicht is aangewezen, zodat de kantonrechter niet bevoegd is.
4.5.
[N] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Daarbij zullen de kosten van de verzetdagvaarding buiten beschouwing worden gelaten. Debiforce heeft wel gesteld dat, maar niet onderbouwd waarom betekening van de dagvaarding op het adres Willemsvaart 16A te Zwolle niet juist zou zijn. Dit is het adres, vermeld op het briefpapier van Debiforce, daar is ook het verstekvonnis naar toe gezonden, dat Debiforce kennelijk wel bereikt heeft en in de verzetdagvaarding noemt Debiforce zelf Willemsvaart 16A te Zwolle als haar vestigingsadres.
De beslissing
De kantonrechter:
I verklaart het verzet gegrond;
II vernietigt het tussen partijen bij verstek gewezen vonnis van 23 november 2010;
III verklaart zich onbevoegd van het geschil kennis te nemen;
IV veroordeelt [N] in de kosten van de procedure, voor zover gevallen aan de zijde
van Debiforce tot op heden begroot op nihil.
Aldus gewezen door mr. H.C. Moorman, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 31 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.