ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7631
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Loonvordering afgewezen wegens ontbreken onderbouwing arbeidsongeschiktheid en passend werk
De werknemer is sinds 1990 in dienst bij de werkgever in een parttime functie als loodsbaas. Na overname van de onderneming werd hij op 17 januari 2011 arbeidsongeschikt wegens ziekte. De bedrijfsarts adviseerde op 8 februari 2011 passend zittend werk, met uitzondering van heftruckwerk. De werknemer gaf op 9 februari 2011 aan niet in staat te zijn om te werken vanwege gezondheidsklachten en meldde zich ziek.
De werkgever bood passend werk aan conform het advies van de bedrijfsarts, maar de werknemer weigerde dit en stelde dat hij geen enkele arbeid kon verrichten. Het UWV kon geen deskundigenoordeel geven omdat er geen concreet aanbod van passende arbeid was gedaan. De werknemer vorderde loonbetaling vanaf 8 februari 2011 en terugkeer in zijn functie.
De kantonrechter oordeelde dat de loonvordering niet toewijsbaar is omdat de werknemer onvoldoende onderbouwde dat hij geen passende arbeid kon verrichten en de bedrijfsarts juist had vastgesteld dat hij wel geschikt was voor aangepast werk. Het niet verrichten van passende arbeid zonder deugdelijke grond leidt tot het vervallen van het recht op loon. Ook de vordering tot terugkeer in functie werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een klein bedrag aan wachturen en afgifte van een loonspecificatie, maar de overige vorderingen werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Loonvordering afgewezen omdat werknemer geen passende arbeid verricht ondanks advies bedrijfsarts.