ECLI:NL:RBZLY:2011:BR0756
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst lid ondernemingsraad wegens onvoldoende gewichtige redenen
De kantonrechter van de Rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer die tevens lid was van de ondernemingsraad (OR). De werkgever stelde dat er sprake was van werkweigering, onterecht boeken van omzet en een onacceptabel optreden van de werknemer als OR-lid, wat zou leiden tot een verstoorde arbeidsverhouding.
De werknemer was sinds 2010 in vaste dienst en sinds januari 2011 lid van de OR. De werkgever had hem op non-actief gesteld na klachten over zijn gedrag, waaronder het niet nakomen van afspraken en het onjuist rapporteren van omzet. De kantonrechter oordeelde dat het gedrag van de werknemer niet kwalificeerde als werkweigering en dat het boeken van omzet op basis van e-mailopdrachten binnen de praktijk van de organisatie viel.
Hoewel het optreden van de werknemer als OR-lid minder zorgvuldig was en emotionele uitingen bevatte, was dit onvoldoende zwaarwegend voor ontbinding. De werkgever had de werknemer niet begeleid in zijn nieuwe rol als OR-lid. De verstoorde arbeidsverhouding was deels toe te schrijven aan onregelmatige toegang tot e-mailcorrespondentie door de werkgever. De kantonrechter vond dat de werknemer een herkansing verdiende en wees het verzoek tot ontbinding af. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is afgewezen vanwege onvoldoende gewichtige redenen.