ECLI:NL:RBZLY:2011:BR2027
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding voorlopige hechtenis na vrijspraak wegens twijfel over schuld
Verdachte werd op 16 september 2010 vrijgesproken van de ten laste gelegde doodslag in vereniging. De vrijspraak was echter gebaseerd op twijfel, veroorzaakt door onduidelijkheid die door verdachte en zijn verwanten was gecreëerd over de ware toedracht. Diverse scenario’s waren mogelijk, maar geen enkele werd voldoende ondersteund door onafhankelijk bewijs. Hierdoor kon niet worden vastgesteld wat er precies was gebeurd en in hoeverre verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk was.
Hoewel verdachte zichzelf had bekend met het verwonden van het slachtoffer met een mes, leidde zijn proceshouding ertoe dat de voorlopige hechtenis langer duurde. De rechtbank oordeelde dat verdachte vrij was zijn procespositie te bepalen, maar dat de gevolgen daarvan voor risico van hem kwamen in de schadevergoedingsprocedure.
De rechtbank concludeerde dat er geen gronden van billijkheid waren om vergoeding toe te kennen. Het verzoek om schadevergoeding voor de ondergane detentie werd daarom afgewezen. De officier van justitie had ook primair afwijzing gevorderd, terwijl de raadsman een vergoeding van tweehonderd euro per dag detentie had gevraagd, onderbouwd met een psychologisch rapport. Het verzoek was tijdig ingediend en de zaak eindigde zonder strafoplegging, maar dat was onvoldoende voor toewijzing.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding voor immateriële schade door voorlopige hechtenis wordt afgewezen ondanks vrijspraak.