ECLI:NL:RBZLY:2011:BR3142
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij wijziging eis in executiegeschil dwangbevel na wetswijziging
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van een executiegeschil over een dwangbevel opgelegd door de gemeente na een wetswijziging per 1 juli 2009. De gemeente vorderde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, omdat de mogelijkheid tot verzet tegen een dwangbevel ex artikel 5:26 Awb Pro was vervallen en alleen een executiegeschil ex artikel 438 Rv Pro aan de burgerlijke rechter kan worden voorgelegd.
[A] wijzigde zijn eis en grondslag in de hoofdzaak, primair strekkende tot schorsing van de executie. De rechtbank overwoog dat ondanks deze wijziging de bevoegdheid van de rechtbank niet wordt aangetast. De gemeente had niet tijdig bezwaar gemaakt tegen de wijziging of een beslissing van de rechter gevraagd alvorens verder te procederen.
De rechtbank wees de incidentele vordering van de gemeente af en veroordeelde [A] in de kosten van het incident wegens het onnodig veroorzaken daarvan. Tevens gaf de rechtbank de gemeente gelegenheid zich aanvullend uit te laten in de hoofdzaak over de wijziging van de eis. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af, met veroordeling van eiser in de kosten van het incident.