ECLI:NL:RBZLY:2011:BR3547

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
22 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
149822 / HA ZA 08-1151
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. R. Hidma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:232 BWArt. 6:233 sub b BWArt. 6:234 BWArt. 3:37 lid 3 BWArt. 6:96 lid 2 sub c BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst en toepasselijkheid algemene voorwaarden met buitengerechtelijke incassokosten

In deze civiele zaak vordert eiseres, een advocatenkantoor, betaling van een hoofdsom vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde. Gedaagde betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, waaronder de incassokostenregeling, omdat hij stelt deze niet te hebben ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat gedaagde in persoon opdracht aan eiseres heeft gegeven en dat de schriftelijke opdrachtbevestiging verwijst naar de algemene voorwaarden die bijgevoegd waren. Gedaagde heeft afgezien van het leveren van bewijs omtrent het niet ontvangen van deze voorwaarden, waardoor de rechtbank dit als vaststaand beschouwt.

De rechtbank oordeelt dat eiseres de bewijslast draagt voor het ter hand stellen van de algemene voorwaarden, maar door het ontbreken van bewijs van gedaagde, wordt aangenomen dat deze voorwaarden van toepassing zijn. De vordering tot betaling van de hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, wordt toegewezen, terwijl het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van EUR 30.971,61 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
Locatie Zwolle
zaaknummer / rolnummer: 149822 / HA ZA 08-1151
Vonnis van 22 juni 2011
in de zaak van
de naamloze vennootschap
NYSINGH ADVOCATEN-NOTARISSEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. M. Poelsema,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. W. Hogenkamp.
Partijen zullen hierna eiseres en gedaagde genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 juli 2009
- het proces-verbaal van comparitie van 9 november 2009.
Na dagbepaling getuigenverhoor en aansluitende verwijzing naar de parkeerrol in verband met schikkingsonderhandelingen heeft eiseres uiteindelijk vonnis verzocht.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1. In gemeld tussenvonnis heeft de rechtbank reeds beslist omtrent de hoogte van de gevorderde hoofdsom en bij wege van (voorlopig) oordeel ook haar standpunt gegeven ten aanzien van de kwestie wie ter zake opdrachtgever is geweest. Voorts gelaste zij een comparitie, bij welke gelegenheid onderstaande bewijsopdracht is geformuleerd.
2.2. Gedaagde heeft uiteindelijk afgezien van het horen van getuigen met betrekking tot het door hem bij te brengen bewijs dat hij niet in persoon doch als bestuurder van de in het tussenvonnis gemelde rechtspersonen opdracht aan eiseres heeft verstrekt. Bij gevolg heeft als vaststaand te gelden dat gedaagde die opdracht aan eiseres inderdaad in persoon heeft gegeven.
2.3. Blijkens bovengenoemd proces-verbaal zijn partijen overeengekomen dat de rechtbank een beslissing zal geven zonder nadere bewijslevering over de betreffende verweren van gedaagde rond de algemene voorwaarden van eiseres, in het bijzonder wat betreft de daarin opgenomen regeling van de buitengerechtelijke incassokosten. Dienaangaande overweegt de rechtbank thans als volgt.
2.3.1. De rechtbank stelt vast dat de schriftelijke opdrachtbevestiging van 9 augustus 2005 van eiseres (productie 1 bij dagvaarding) melding maakt van de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden en daarnaar verwijst, met de opmerking dat een exemplaar daarvan bijgaand is aan te treffen. Het verweer van gedaagde komt erop neer dat gemelde opdrachtbevestiging noch de algemene voorwaarden zijn ontvangen en diens daarop gebaseerde gevolgtrekking luidt dat een en ander daarom niet van toepassing is, c.q. vernietigbaar is omdat hem niet een redelijke mogelijkheid is geboden om daarvan kennis te nemen.
2.3.2. Het onderhavige verweer van gedaagde kan diens conclusie dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn - mede gelet op het bepaald in artikel 6:232 BW Pro - op zich niet dragen, zodat die stelling geen nadere behandeling behoeft. Wat betreft de ingeroepen vernietiging ex de artikelen 6:233 sub b jo. 234 BW wordt als volgt overwogen. Voorop staat dat volgens vaste jurisprudentie de bewijslast van de stelling dat de algemene voorwaarden aan de wederpartij ter hand zijn gesteld op de gebruiker rust. Nu bewijslevering blijkens voormeld proces-verbaal niet aan de orde is, heeft eiseres het risico te dragen van de niet als vaststaand aan te nemen bewering dat die opdrachtbevestiging mét de algemene voorwaarden gedaagde daadwerkelijk heeft bereikt; vgl. artikel 3:37 lid 3 BW Pro. Dit zo zijnde, gaat het beroep op de verschuldigdheid van de contractueel bedongen buitengerechtelijke kosten hoe dan ook niet op.
Ook de subsidiair door eiseres ingeroepen regeling van Voorwerk II in het kader van artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro faalt, aangezien zij ter zake niet aan de specificatieplicht heeft voldaan die voorvloeit uit HR 26 maart 1993, NJ 1995, 42.
2.3.3. Het vorenstaande impliceert dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten voor afwijzing gereed liggen.
2.4. De slotsom is al met al dat de vorderingen van eiseres zullen worden gehonoreerd tot een bedrag van EUR 30.971,61, te vermeerderen de - niet afzonderlijk weersproken - wettelijke rente over de hoofdsom.
2.5. Gedaagde zal als de goeddels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, inclusief die in het incident. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding EUR 71,80
- griffierecht 740,00
- salaris advocaat 2.026,50 (3,5 punten × tarief EUR 579,00)
Totaal EUR 2.838,30
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van EUR 30.971,61, vermeerderd met de wettelijke rente over EUR 27.095,67 vanaf 12 september 2008 tot de dag van volledige betaling,
3.2. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op EUR 2.838,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T. R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.