ECLI:NL:RBZLY:2011:BR4808
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. van der Maden
- M.A. Wijnands-Veninga
- A.P.W. Esmeijer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens onrechtmatig onderzoek en gebrek aan redelijk vermoeden van schuld
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van valsheid in geschrifte, witwassen en overtreding van de Opiumwet. Het onderzoek startte in 2008 naar aanleiding van een melding over ongebruikelijk bezit en mogelijke betrokkenheid bij hennepteelt. De politie verzamelde informatie over verdachte, waaronder inkomensgegevens en hypotheekdossier, maar zonder dat er een concreet redelijk vermoeden van schuld bestond.
De rechtbank oordeelde dat het langdurige persoonsgerichte onderzoek zonder objectief en concreet vermoeden in strijd was met artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafvordering, artikel 10 van Pro de Grondwet en artikel 8 EVRM Pro. De politie had niet de bevoegdheid om zonder voldoende grondslag het hypotheekdossier op te vragen en verdergaande opsporingsmaatregelen te treffen.
Gezien de ernstige schending van fundamentele strafprocesrechtelijke beginselen en het onherstelbare vormverzuim, verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de teruggave van inbeslaggenomen goederen gelast, met uitzondering van een gripzakje met wit poeder.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onrechtmatig onderzoek zonder redelijk vermoeden van schuld.