ECLI:NL:RBZLY:2011:BR4936

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
21 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/651043-11
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs hennepkwekerij en stroomdiefstal

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 21 juni 2011 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het telen en verwerken van hennep en het stelen van stroom in De Pol, gemeente Steenwijkerland, in de periode van december 2010 tot maart 2011.

De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de stroomdiefstal, maar achtte de hennepkwekerij wettig en overtuigend bewezen. De verdediging voerde echter aan dat er onvoldoende bewijs was voor beide tenlasteleggingen.

De rechtbank oordeelde dat niet kon worden uitgesloten dat verdachte slechts als chauffeur optrad en niet actief betrokken was bij de hennepkwekerij. Er waren onvoldoende concrete aanwijzingen voor medeplegen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van beide tenlasteleggingen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Verder gelastte de rechtbank de teruggave van de inbeslaggenomen mobiele telefoons aan verdachte, omdat deze niet vatbaar waren voor verbeurdverklaring. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard, met de mededeling dat deze bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van hennepkwekerij en stroomdiefstal wegens gebrek aan bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnummer: 07/651043-11 (P)
Uitspraak: 21 juni 2011
VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:
het openbaar ministerie
tegen
(verdachte)
geboren (geboorteplaats)
wonende te (woonplaats)
ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2011.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.P.C. ten Wolde, advocaat te Haarlem.
Als officier van justitie was aanwezig mr. J.P. Scheffer.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij in of omstreeks de periode van de periode van 6 december 2010 tot en met
21 maart 2011 te De Pol (Steenwijk), gemeente Steenwijkerland, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig
heeft gehad (in een pand aan De Pol) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer
3510, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval
een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,
zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan
wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
2. hij in of omstreeks de periode 6 december 2010 tot en met 21 maart 2011 te De
Pol (Steenwijk), gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig
goed, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij)., in elk geval aan een
ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte
en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs
heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of
inklimming.
VOORVRAGEN
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
BEWIJSMOTIVERING
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie vordert vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde.
De officier van justitie acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging concludeert tot vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wegens gebrek aan bewijs.
Het oordeel van de rechtbank
De verdachte dient van het onder 1 en 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde in het bijzonder het navolgende. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen niet worden uitgesloten dat verdachte op 21 maart 2011 uitsluitend als chauffeur is opgetreden ten behoeve van de medeverdachten (medeverdachte 1) en (medeverdachte 2) en aldus niet op enige wijze betrokken is geweest bij het telen, bewerken en verwerken van hennep zoals hem ten laste is gelegd. Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen zijn naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van verdachte voor het overige onvoldoende concrete aanwijzingen te halen die duiden op diens actieve - medeplegende -betrokkenheid bij de aanwezigheid van de in de tenlastelegging bedoelde hennepkwekerij.
Beslag
De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende, onder hem inbeslaggenomen mobiele telefoons, aangezien de rechtbank van oordeel is dat deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.
Benadeelde partij
Nu de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij (benadeelde partij). in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
BESLISSING
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Beslag
De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen
- mobiele telefoon, merk: (merk en type)
- mobiele telefoon, merk: (merk en type)
aan verdachte.
Benadeelde partij
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (benadeelde partije), gevestigd te Rosmalen (raadsman mr. A. Vaarkamp, Postbus 1036, 8001 BA Zwolle) in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Aldus gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mrs. L.J.C. Hangx en A.M. van der Pal, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2011.
Mr. Van der Pal voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.