ECLI:NL:RBZLY:2011:BT8621
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M. van Vuure
- F.H. Schormans
- W.F. Roelink
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens hennepteelt ondanks afwezigheid veroordeling voor soortgelijk feit
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen verdachte, die eerder veroordeeld was voor een strafbaar feit onder de Opiumwet. De ontnemingsvordering betrof wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt in de woning van verdachte gedurende een periode van bijna een jaar, een feit waarvoor verdachte niet is veroordeeld maar dat soortgelijk is aan het bewezen verklaarde feit.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was omdat het Geerings-arrest van het EHRM zou verbieden om ontnemingsvorderingen te baseren op niet-veroordeelde feiten. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk is, omdat het feit soortgelijk is en verdachte niet is vrijgesproken van dit feit.
De rechtbank stelde vast dat er voldoende aanwijzingen zijn dat verdachte gedurende de periode hennep heeft gekweekt, onder meer op basis van politieonderzoek en verklaringen van verdachte. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd gebaseerd op vijf oogsten van 568 planten, met een gemiddelde opbrengst van 28,2 gram per plant en een kiloprijs van €3.682, waarbij aftrekposten zoals afschrijving en elektriciteitskosten in mindering werden gebracht.
De rechtbank schatte het voordeel voor verdachte op €106.758,15 en wees de vordering toe. De draagkracht van verdachte werd als voldoende beoordeeld om dit bedrag te betalen. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 21 juli 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering toe en legt verdachte op €106.758,15 aan de Staat te betalen.