ECLI:NL:RBZLY:2011:BU5159
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J. van der Hulst
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens nietigheid dagvaarding en termijnoverschrijding
Partijen sloten op 5 oktober 2010 een koopovereenkomst voor een perceel bedrijventerrein met bedrijfshal. De levering van het verkochte diende uiterlijk 1 januari 2011 te geschieden, maar werd op verzoek van koper diverse malen uitgesteld en uiteindelijk niet uitgevoerd. Verkoper legde conservatoir beslag op diverse onroerende zaken en bankrekeningen van koper, na verkregen verlof van de voorzieningenrechter.
Koper stelde dat de dagvaarding die verkoper uitbracht nietig was omdat deze niet het juiste woonadres vermeldde, en dat de eis in de hoofdzaak daardoor niet tijdig was ingesteld. De voorzieningenrechter oordeelde dat de dagvaarding niet voldeed aan de wettelijke vereisten en niet hersteld kon worden, waardoor de beslaglegging verviel wegens termijnoverschrijding.
Verder stelde koper dat hij niet meer partij was bij de overeenkomst omdat hij een 'nader te noemen meester' had aangewezen, maar dit werd niet binnen een redelijke termijn gedaan. Verkoper had koper bovendien in gebreke gesteld wegens niet-nakoming van de koopovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag opgeheven moest worden en veroordeelde verkoper tot het doorhalen van de beslagen, het betalen van proceskosten en dwangsommen bij niet-naleving.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven wegens nietigheid van de dagvaarding en termijnoverschrijding, met veroordeling van verkoper in proceskosten en dwangsommen.