ECLI:NL:RBZLY:2011:BU5214
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op benadering zorgcliënten voor overname indicaties in thuiszorg
Thuiszorg en WoonZorg zijn stichtingen die betrokken zijn bij het leveren van AWBZ- en WMO-zorg. WoonZorg verleent zorg in opdracht van Thuiszorg en heeft sinds 1997 een langdurige samenwerking met Thuiszorg, waarbij WoonZorg als onderaannemer zorg levert aan cliënten in bepaalde woonlocaties. In 2011 heeft WoonZorg cliënten van Thuiszorg benaderd met het verzoek hun indicatie voor AWBZ-zorg over te zetten naar een andere zorgaanbieder, Stichting MensEnZorg (MEZ), een concurrent van Thuiszorg.
Thuiszorg vordert in kort geding een verbod voor WoonZorg om dergelijke benaderingen voort te zetten, omdat dit in strijd zou zijn met de zorgplicht die WoonZorg als opdrachtnemer heeft jegens Thuiszorg op grond van artikel 7:401 BW Pro. De rechtbank oordeelt dat WoonZorg met de aanschrijving van cliënten haar zorgplicht heeft geschonden door het eigen organisatiebelang voorop te stellen en de contractuele relatie met Thuiszorg niet op een rechtens toelaatbare wijze te beëindigen.
De voorzieningenrechter wijst het gevorderde verbod toe, legt een dwangsom op voor overtredingen en veroordeelt WoonZorg in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van goede trouw en redelijkheid in de uitvoering van de overeenkomst van opdracht tussen zorgaanbieders.
Uitkomst: WoonZorg is verboden zorgcliënten van Thuiszorg te benaderen voor overname indicaties en veroordeeld tot dwangsom en proceskosten.