ECLI:NL:RBZLY:2011:BV2156
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling borgtochtsovereenkomst tussen Heineken en bestuurders Costa Horeca Beheer B.V.
De zaak betreft een geschil over de kwalificatie en geldigheid van een borgtochtsovereenkomst tussen Heineken Nederland B.V. en de bestuurders van Costa Horeca Beheer B.V., [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. Heineken vordert betaling van openstaande bedragen op grond van deze borgtocht. De bestuurders betwisten de borgtocht en stellen dat zij niet persoonlijk gebonden zijn omdat zij handelden namens een vennootschap in oprichting en dat de borgtocht nietig of vernietigbaar is wegens strijd met de goede zeden, dwaling of misbruik van omstandigheden.
De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een borgtocht en oordeelt dat deze niet als particuliere borgtocht kan worden aangemerkt, omdat de bestuurders handelden ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf. De bestuurders voeren aan dat zij nooit een borgstelling zijn overeengekomen en beroepen zich op het ontbreken van wilsovereenstemming. De rechtbank stelt dat Heineken op grond van de onderhandse akte dwingend bewijs heeft geleverd van het bestaan van de borgtocht, maar dat dit bewijs door de bestuurders is ontzenuwd met feiten en omstandigheden die wijzen op het ontbreken van wilsovereenstemming.
De rechtbank geeft Heineken de gelegenheid om aanvullend bewijs te leveren dat partijen een borgtocht zijn overeengekomen, onder meer door het horen van getuigen. De vordering tot betaling van facturen van Brand Bierbrouwerij B.V. wordt afgewezen omdat deze niet aan Heineken toekomen. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en beslissing.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en beveelt Heineken bewijs te leveren van het bestaan van de borgtochtsovereenkomst.