ECLI:NL:RBZLY:2011:BV7958
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Gedaagden mogen beroep doen op terugtredingsregeling in geschil over windmolens
In deze zaak staan twee kortgedingen centraal waarin RWE Innogy Windpower Netherlands B.V. en aanverwante vennootschappen (RWE c.s.) vorderen dat gedaagden nakoming van grondovereenkomsten afdwingen voor het vestigen van beperkte rechten van opstal en erfdienstbaarheden ten behoeve van een windturbinepark aan de Zuidermeerdijk.
Gedaagden hebben zich beroepen op een contractuele terugtredingsregeling die hen toestaat uit de overeenkomst te treden indien binnen zeven jaar na ondertekening niet alle noodzakelijke vergunningen onherroepelijk zijn verleend. Hoewel de bouwvergunning is verleend, is deze nog niet onherroepelijk. RWE c.s. betoogt dat gedaagden zich niet meer op het terugtredingsrecht kunnen beroepen, omdat de bouwvergunning is verleend en de overeenkomst als een optieregeling moet worden uitgelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de tekst van de overeenkomst ondubbelzinnig vereist dat alle noodzakelijke vergunningen onherroepelijk moeten zijn verleend voordat het terugtredingsrecht vervalt. Nu dit niet het geval is, is het beroep van gedaagden op de terugtredingsregeling gegrond. De vorderingen tot nakoming worden daarom afgewezen. RWE c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van RWE c.s. tot nakoming van de grondovereenkomsten worden afgewezen omdat gedaagden terecht een beroep doen op de terugtredingsregeling.