ECLI:NL:RBZLY:2011:BW0042
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting kinderopvang ondanks opschorting toegang kinderdagverblijf
Tussen partijen is een overeenkomst gesloten voor kinderopvang van de dochter van de gedaagde tegen een maandbedrag dat regelmatig niet tijdig werd betaald. Eiseres heeft daarop de toegang tot het kinderdagverblijf geweigerd en de overeenkomst opgezegd. Gedaagde betwist de betalingsverplichting over de periode dat de opvang werd opgeschort.
De rechtbank stelt vast dat de algemene voorwaarden waarin het opschortingsrecht is geregeld niet rechtsgeldig zijn omdat deze niet ter hand zijn gesteld. Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiseres op grond van artikel 6:262 BW Pro het recht had om de dienstverlening op te schorten vanwege de opeisbare betalingsachterstand en samenhang tussen verplichtingen.
De opschorting betekent dat eiseres niet tekort is geschoten en gedaagde niet gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden. De overeenkomst is een duurovereenkomst die doorloopt tot opzegging. De betalingsverplichting blijft daardoor bestaan. Het beroep op de redelijkheid en billijkheid om betaling te beperken wordt verworpen omdat gedaagde de overeenkomst niet heeft opgezegd ondanks haar betalingsproblemen en verblijf in het buitenland.
De rechtbank wijst de volledige gevorderde hoofdsom toe met wettelijke rente en veroordeelt gedaagde in de proceskosten, maar wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande kinderopvangfacturen inclusief rente en proceskosten.